Augsburg, gelegen in het zuidwesten van Beieren, is qua historie een van de belangrijkste steden van Duitsland. Het is ook een van de mooiste. Wie langs oude routes door de stad wandelt, kan zich met een beetje fantasie als een renaissancevorst voelen. In ieder geval krijgt men een vage voorstelling van de betekenis die de stad in het verleden, ten tijde van het bankiers- en koopmannsgeslacht Fugger, moet hebben gehad – als financieel centrum, internationale handelsmetropool en stad van de kunsten.
Een wandeling door voorbije eeuwen.
Lange tijd heeft de stad haar stempel op de geschiedenis van Duitsland en Europa gedrukt. Augsburg was altijd al een stukje rijker, schitterender en indrukwekkender dan andere steden. Reeds in de volle middeleeuwen waren reizigers die naar de stad kwamen vol bewondering voor de indrukwekkende kerkgebouwen, bijvoorbeeld de Dom met de prachtige, inmiddels al bijna 1000 jaar oude bronzen deuren en de basiliek St.-Ulrich und Afra, vernoemd naar twee van de stadsheiligen. Rondom het middeleeuwse Augsburg werden bovendien grote fortificaties en een doorgaande stadsmuur aangelegd, waarvan vele delen tot op heden behouden zijn gebleven. Binnen deze muren vestigden zich goud- en zilversmeden die door de eeuwen heen een voortreffelijke reputatie hebben verworven. Hun werken zijn in diverse musea en tentoonstellingen te zien en worden in de talrijke kleine bedrijfjes die tegenwoordig nog bestaan ook te koop aangeboden.
Samen met de schitterende fonteinen, de gildehuizen en natuurlijk het raadhuis, het wellicht belangrijkste wereldlijke renaissancebouwwerk ten noorden van de Alpen, is er een gesloten stadsbeeld van zeldzame harmonie ontstaan. Ook latere stijlperiodes hebben het beeld van de stad bepaald. Met name de barok, de rococo en – veel later – de jugendstil laten iedere wandeling door de stad tot een heel bijzondere belevenis worden. Tijdens de industriële revolutie zijn eveneens opmerkelijke gebouwen opgetrokken die vandaag de dag op de monumentenlijst staan, bijvoorbeeld de Schülesche Kattunfabrik, het Glaspalast of het zogenaamde fabriekskasteel (Fabrikschloss). Nu zijn er ten dele musea of kunstgaleries gevestigd. Bekende industriëlen lieten dure villa's bouwen: Gignoux-Haus, Villa Haag of Villa Silbermann. De jugendstil heeft in Augsburg eveneens buitengewone gebouwen nagelaten: de synagoge, het Kurhaus in Göggingen, de Herz-Jesu-Kirche en het oude stadszwembad.
Waar de poppen dansen. En Brecht weer thuis is.
Ook de musea in Augsburg geven een uitstekende kijk op het verleden, met name het Schaezlerpalais, een pronkstuk van de rococo, waar vier belangrijke kunstcollecties zijn ondergebracht. Een heel ander soort museum verheugt zich met name op jeugdige bezoekers: het museum van de Augsburger Puppenkiste, het marionettentheater dat inmiddels al hele generaties kinderen heeft weten te betoveren. De beroemdste zoon van de stad, Bertolt Brecht, was eveneens in het podiumvak werkzaam, alhoewel in een heel ander genre. Hij was lange tijd omstreden en weinig geliefd, maar inmiddels heeft Augsburg zich met Brecht verzoend en in zijn geboortehuis een bezienswaardige tentoonstelling aan hem gewijd. En 's avonds, in een van de vele gezellige kroegjes in de historische binnenstad, vind je altijd wel iemand met wie je uitgebreid over de Augsburger Puppenkiste of over Brecht kan debatteren.