De manifestatie van een 'nieuw Rome' – deze droom wilde Karel de Grote waarmaken, toen hij omstreeks 786 in zijn centrale residentie in het huidige Aken begon met de bouw van de Marienkirche (paltskapel). Daarmee legde hij de grondsteen voor een van de beroemdste bouwwerken van Europa en maakte Aken zo omstreeks het jaar 800 tot het middelpunt van zijn Romeinse rijk. De Dom is bouw- en kunsthistorisch van universeel belang. Gedurende een tijdsbestek van 600 jaar (936-1531) werden hier 30 Duitse koningen gekroond. De domschatkamer biedt onderdak aan een van de kostbaarste kerkschatten van Europa. Daartoe behoren sacrale cultuurschatten uit de laatantieke, Karolingische, Ottoonse, Staufische en gotische tijd, die deels behoren tot de grootste kunstwerken van hun epoche. De hier bewaarde relieken – de vier grote heiligdommen – lieten de Dom sinds de middeleeuwen opklimmen tot een van de belangrijkste bedevaartplaatsen van de christenheid. Toen Karel de Grote in 814 stierf, werd de kerk van de palts zijn laatste rustplaats. De antieke sarcofaag staat nog steeds in het centrum van de koorpolygoon van de gotische koorhal. In de loop van de meer dan duizendjarige geschiedenis kreeg de Dom zijn huidige gestalte en staat tegenwoordig symbool voor de stad.