Klooster Lorsch

    Het klooster Lorsch

    De beroemde Karolingische Poort- of Koningshal in Lorsch behoort tot de belangrijkste overblijfselen van de preromaanse bouwkunst in Duitsland.

    De voormalige benedictijnenabdij Lorsch werd omstreeks het jaar 764 tijdens de regeringsperiode van koning Pippijn gesticht door de Frankische gouwgraaf Cancor en zijn moeder Williswinda. Deze was in de vroege middeleeuwen het geestelijk en cultureel centrum van het Frankische Rijk. De beroemd Poort- of Koningshal is een van de zeer weinige monumenten uit de Karolingische tijd die eeuwenlang zijn oorspronkelijke gestalte heeft bewaard en herinnert aan de vroegere grootte van het eertijds machtige kloostercomplex. Het enige bewaard gebleven monument van Europees formaat behoort tot de belangrijkste overblijfselen van de preromaanse architectuur in Duitsland en wordt met zijn arcaden, pilasters en halve zuilen geprezen als 'juweel van de Karolingische renaissance'. In het klooster bevond zich in vroeger tijden een van de grootste bibliotheken van de middeleeuwen en het behoorde tot de centra voor het verdiepen en overbrengen van kennis. Een van de bekendste manuscripten is de zogenoemde farmacopee van Lorsch, die als bakermat van de wetenschappelijke geneeskunde wordt beschouwd. In de vroege middeleeuwen was de abdij Lorsch met haar grote kruidentuin, die de grondslag vormde voor de geneeskunst van die tijd, een uniek geneeskundig centrum.