In een tijdsbestek van bijna vier eeuwen hebben de beste kunstenaars van hun tijd in opdracht van de heersers van Brandenburg-Pruisen in de residentiestad Potsdam een fascinerend ensemble van paleizen en parken geschapen. De paleizen en tuinen uit de tijd van Frederik de Grote heeft de tuinarchitect Peter Joseph Lenné in de 19e eeuw samengevoegd tot een parklandschap dat zich uitstrekt van Sanssouci tot het eiland Pfaueninsel in Berlijn. Het oudste gedeelte van het Potsdams cultuurlandschap omvat het van 1745 tot 1747 op de wijnbergterrassen gebouwde slot Sanssouci en het 290 hectare grote park. Met de in totaal 500 hectare grote parken en zijn ca. 150 gebouwen die in de periode van 1730 tot 1916 zijn ontstaan, vormt het totale complex van Potsdam een cultuurgoed van uitzonderlijke kwaliteit. Tot het werelderfgoed behoren: het park en het slot Sanssouci, park en slot Babelsberg, het jachtslot Glienicke, park en slot Sacrow, de 'Neue Garten' (nieuwe tuin) in het noorden van Potsdam met het aan de Heilige See gelegen Marmorpalais en het slot Cecilienhof, de Russische kolonie Alexandrowka en het kroondomein Bornstedt.